Zaterdag 9 september: Oogst -en proefmarkt

Beste tuinders van Thurlede en andere belangstellenden,

Op zaterdag 9 september hebben we een primeur op Thurlede: een oogst- en proefmarkt. Na een heel seizoen noest tuinieren is er immers niets leukers dan het genieten van je opbrengsten. Dit keer nodigen we u uit uw trotse oogst ook te delen met medetuinders en andere belangstellenden. Wat maakt u zo al met uw oogst? Wat zijn uw lievelingsrecepten? groente1

Op de markt kunt u uw eigen waar aan de man brengen als u wilt verkopen, of u kunt gaan voor het ruilsysteem, waarbij u oogstproducten inbrengt en andere spullen daarvoor in de plaats mee naar huis neemt. Kom dus allen gezellig naar de kramen bij het verenigingsgebouw om elkaar te ontmoeten, oogsten te showen en te bewonderen, waar het kan ook te proeven, en tips en recepten uit te wisselen.

Hoe werkt het? U bent vanaf 11.30 welkom als inbrenger van oogstproducten bij het verenigingsgebouw. Voor elke oogst krijgt u een ruilbonnetje; de organisatie bepaalt hoeveel bonnen u krijgt (bijvoorbeeld 4 appels is 1 ruilbon). Vanaf 12.00 uur kunt u tegen inruilen van uw bonnen dan andere oogstproducten meenemen. Deze oogst wordt dus geruild. Hebt u echt niets in te brengen, maar wilt u wel graag wat meenemen? Dat kan ook: dan wordt de oogst voor een schappelijke prijs te koop aangeboden. De opbrengst komt ten goede aan de verenigingskas en wordt gebruikt voor de verfraaiing van ons tuincomplex.

Daarnaast kunnen oogstproducten ook verkocht worden. U dient dit vooraf door te geven, dan zorgen we ervoor dat er een mooie plek voor u is. U moet dan ook zelf aanwezig zijn en blijven en de verkoop van uw eigen producten regelen (dus bijvoorbeeld zelf voor wisselgeld en eventueel zakken of doosjes zorgen).

Wat mee te nemen? Onder oogst verstaan we alle verse producten die vanaf de volkstuinen komen: groente, fruit, kruiden, bloemen. Graag in handzame porties, bijeen gebonden of eventueel in papieren zakken, bakjes, etc. Daarnaast kan ook verwerkt spul aangeboden worden, denk aan: jams, chutneys, ander ingemaakt spul, thee, olie met een smaakje, etc. Misschien zelfs wel verzorgingsproducten. Voor al het verwerkte spul geldt dat er een proefexemplaar bij geleverd moet worden, zodat de klanten van de markt kunnen proeven. jam-1678918__340

Daarnaast nodigen we u uit om vooraf wat dingen te maken met verse oogst die geproefd kunnen worden, bijvoorbeeld diverse hartige taarten met groenten van de tuin, bekertjes met salades of soep, of zoet natuurlijk: worteltaart, bietenmuffins, etc. Extra leuk wordt het als u daar ook de recepten van wilt delen. Die kunt u vooraf naar ons mailen, dan zorgen we ervoor dat die op de markt aanwezig zijn en nadien op de website van Thurlede komen te staan.

Kom allemaal en show je oogst, ruil met elkaar, en proef elkaars recepten op de oogst- en proefmarkt. Hoe meer deelnemers, hoe groter in aantal en gevarieerder de oogst!

Echtelijk meningsverschil

Man, stel je niet zo vreeslijk aan
In ons lijfblad “Groen Thurlede”
Heeft toch heel duidelijk gestaan
Hoe gezond het is voor lijf en leden
In je tuin aan het werk te gaan.

Het is toch wijd en zijd bekend
Door tuinieren, heerlijk in het groen
Niet te gaan zitten op je krent
Voel je je in goeden doen
En jaren jonger dan je bent.

Oh ja, zegt dat lijfblad lieve schat
Iets over spittend door je rug gegaan
Niet meer kunnen, lopen, zitten, staan.
Als ik niet onder de morfine zat
Vloog ik de redactie stromp’lend aan.

Jan van der Waal

Even voorstellen: Friese roots schieten wortel in Thurlede

Tekst en foto Manja van de Plasse

Pake en beppe, de Friese opa en oma van Iebel, hadden een boerderij waar dahlia’s groeiden, net zoals nu in de volkstuin die Iebel met haar levenspartner Rob op Thurlede heeft. Kennelijk is in haar jeugd het zaadje geplant voor een groene omgeving en komt dit nu weer boven.

Haar Friese roots schieten nu wortel op Thurlede. Maar ook in het centrum van Schiedam, waar ze onlangs een huis kochten. Jaren woonden ze in Rotterdam, in Crooswijk, tot ze op zoek gingen naar een nieuwe woonbestemming en in het centrum van Schiedam terecht kwamen. Ze gingen van een nieuwbouw woning met veel licht naar een oude stokerij, annex branderij met veel sfeer. Een pand met geschiedenis, maar zonder tuin. Om deze wens toch in vervulling te laten gaan kozen Iebel en haar man Rob voor een tuin op Thurlede. Doordeweeks is Rob docent licht en geluid en Iebel heeft de dagelijkse leiding over het Jeugdcultuurfonds Rotterdam. In het weekend genieten ze van hun tuin.

Huisje van het eerste uur

In november 2016 namen Iebel en Rob tuinnummer 21 over van een meneer in de tachtig die tientallen jaren had getuinierd. Op het perceel een charmant huisje van het eerst uur. Behalve het huisje en de tuin liet hij hun ook de keukeninventaris, een kacheltje en een aantal tuingereedschappen na, die best nog een tweede ronde mee kunnen. Ook de overgordijnen met zonnebloemen en de vitrage met appels en peren mochten blijven. Zij zorgen voor de sfeer van weleer. Je kunt voelen dat alles met ouderwetse zorgvuldigheid is opgebouwd. Rob en Iebel voegden hun eigen spullen erbij, waaronder een tegeltje met Friese wijsheid: “pikerje net ’t komt doens oars”. Wat zoveel betekent als “pieker niet, het komt toch anders”…… Een stukje verder aan de muur hangt een Boeddha. Het is een gezellige mix van oud en nieuw geworden.

 

Dilemma’s

Wanneer je de tuin oploopt valt je oog direct op de handgemaakte molen. Anno 1641 staat erop. “We vragen ons af wie de maker is en doen de lampjes van de molenwieken het nog?”, aldus Iebel. Mogelijk weet een van de lezers de antwoorden. Dit is juist zo leuk aan een overname. Stukje bij beetje ontdek je de geschiedenis van zo’n tuin. Zo was in november niet te zien wat zich onder de grond schuil hield. Inmiddels zijn de aardbeitjes opgekomen, bloeien er diverse rozenstruiken weelderig en vormt zich fruit aan de bomen, waaronder pruimen en appels. Er is zelfs een kersenboom waarvan de vogels snoepen, ondanks dat de kersen nog niet rijp zijn. Een net erover of toch maar niet? Een lastig dilemma voor een beginnend tuinder. Lees verder

“Onze tuin is ieder jaar opnieuw een verrassing”

Tuingenot I Ellen Boonstra-de Jong I foto Ellen Boonstra-de Jong

Coby en Theo Duifhuizen kochten ongeveer twintig jaar geleden tuin 196, een tuin met tegels, compostbakken en een grasveldje in de vorm van een baard. Samen toverden ze de armetierige tuin om tot een waar bloemenparadijs.

Coby en Theo dreven jarenlang een groentezaak in Schiedam. Vanwege een ernstige ziekte kwam Theo tijdelijk in de bijstand terecht. Aanleiding om een moestuin te beginnen op het terrein waar nu het Vlietland Ziekenhuis staat. Theo: “Ik wilde toch wat doen. Toen we daar weg moesten hebben we nog een poosje getuinierd langs het spoor.” In 1998 streken ze neer op Thurlede. In hun tuin is alleen geen courgette, komkommer of preitje te bespeuren. Weliswaar legden ze gelijk een moestuin aan, maar “het lukte niet, de slakken aten alles op”, vertelt Coby. “

Daarbij levert de moestuin veel te veel op voor ons tweetjes.” Nu is hun tuin een lust voor het oog met een uitgebreide verzameling vaste bloeiende planten en struiken. Soms zet Theo zelfs een parasol boven de roze hortensia’s. Hortensia’s laten namelijk snel hun koppie hangen als het zonnetje schijnt. De buurvrouw wijst over de heg naar de uitbundig bloeiende witte hortensiastruik. “Moet je eens kijken hoe mooi die van hun erbij staat.” Zij heeft, op een paar meter afstand, dezelfde struik met slechts een paar bloementrossen eraan. Die constatering geeft allerminst aanleiding voor jaloezie, eerder voor verbazing over hoe zoiets nou toch mogelijk is. Coby en Theo hebben een zichtbaar goede verstandhouding met de buren. Dat ze verder kijken dan hun eigen tuin, bewijst ook de tuin aan de overkant. Die staat te koop, maar heeft nogal wat achterstallig onderhoud. Samen zijn ze aan de slag gegaan. Bomen zijn gerooid en het onkruid gewied. Nu is het wachten op een nieuwe buur. Lees verder

In je tuinhuisje de Grote bonte specht spotten

Vogels op Thurlede I Ben van den Broek 

De Grote bonte specht heeft een zwart-wit verenkleed en een opvallende witte schoudervlek. Zijn anaalstreek is rood en de flanken zijn zwart. Zijn bovenkop is zwart, hierbij heeft het mannetje een rode nek vlek en het vrouwtje niet. 1e jaars Grote bonte spechten hebben een rood petje (zie bijgevoegde foto). De Grote bonte specht komt overal in Nederland voor waar bos of park te vinden is. Hij broedt in bossen, parken en tuinen. Het is vooral een standvogel maar maakt in de winter soms invasie-achtige trekbewegingen van Noord-Europa naar West- en Midden-Europa. Grote bonte spechten zijn normaal gesproken het hele jaar in hun broedgebied aanwezig. Ook Volkstuinvereniging Thurlede heeft een kleine Grote bonte spechten populatie.In het vroege voorjaar is het geroffel niet van de lucht. Regelmatig zoeken ze hiervoor een dode tak op die een optimaal geluidseffect geeft. Het signaal dat hij hiermee afgeeft is natuurlijk gericht op concurrerende mannetjes en aantrekkelijk voor de vrouwtjes. Een Grote bonte specht in je volkstuin zien is best wel bijzonder. Ze zijn normaal gesproken zeer schuw en alleen als je je verstopt in het tuinhuisje komen ze misschien. Zeker als je voedsel aanbiedt in de vorm van bv een vetbol. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen op de regel. Zo lukte het me heel makkelijk de Grote bonte specht op de foto zonder camouflage zittend voor mijn tuinhuisje te fotograferen! Grote bonte spechten zullen niet snel in een volkstuin tot broeden komen, maar bij wie een grote bosrijke tuin heeft kan het natuurlijk wel voorkomen. Hij hakt ieder jaar een nieuw broedhol. Voor het uithakken van het hol wordt zacht hout en vaak een rotte plek uitgezocht. In de omgeving moeten wel voldoende oude bomen voorkomen waarin ze hun basisvoedsel in de vorm van insecten kunnen vinden. Normaal gesproken zijn het echte insecteneters die het niet kunnen laten zo af en toe ook een jong vogeltje te verschalken! Ze deinzen er zelfs niet voor terug hiervoor een nestkast open te hakken! Zelf heb ik gezien dat mijn insectenhotel werd geplunderd! Het zij ze vergeven!

Weg met die theedoek!

Thurlede natuurlijk I Joop Th. Peters I foto Ellen Boonstra-de Jong

Het is begin 1963 op ons kale tuincomplex. Het enige zichtbare gebouw is een afgedankte noodwinkel van, naar ik meen, de “C.O.O.P”. Dat was ons verenigingsgebouw. Wij als tuinders noemden het “De Kantine”. Deze heeft meer dan dertig jaar dienst gedaan. Januari 1994 werd ons huidige verenigingsgebouw opgeleverd. Daarover een volgende keer meer. Inmiddels was de aanbesteding achter de rug en de huisjesbouwer bekend. Eén van mijn naaste medetuinders was tot lid benoemd van de commissie van toezicht. Begin mei vroeg ik hem voorzichtig wanneer men met de bouw van de tuinhuisjes begon. “Als de vorst uit de grond is”, antwoordde hij. Toen zaten mijn pootaardappels al in de grond en hier en daar kwamen de kopjes boven de aarde. Bij het leggen van de betonfundering werd te licht bewapeningsstaal gebruikt. Te lichte dakbinten zorgden voor doorgezakte daken. Bij de oude tuinhuisjes is dat nu nog te zien. Op een gegeven moment sprong je een gat in de lucht omdat de tuinschotten er lagen. Heel groot was je desillusie als deze na een paar dagen bij je buurman overeind stonden als tuinhuisje. Had de buurman misschien een grotere mond? Uiteindelijk ging de huisjesbouwer failliet. De werkwijze van de nieuwe huisjesbouwer was beter en als tuinders bleven we enthousiast en koesterden ons eigen bezit; een volkstuin met tuinhuis. Het intimmeren kon beginnen. Dat kostte behoorlijk wat tijd en geld, want erg breed hadden de meesten van ons het niet. Je had toen nog een 48-urige werkweek en werkte ook op zaterdagochtend. Gelukkig stond burenhulp hoog in het vaandel. Na maanden van intimmeren zaten we op een goede dag ons werk onder het genot van een kopje thee te bewonderen. Plotseling stond er een bestuurslid druk gebarend op het asfaltpad. Lees verder