Tuinwinkelgenot: Ieder voor zich, maar Rinus voor ons allen

Op 31 december 2016 stroomt de tuinwinkel vol met tuinders die afscheid willen nemen van Rinus. Op 1 januari stopt hij ermee. De voorzitter spreekt mooie woorden. Ondertussen pinkt Rinus een traantje weg. Hij kan er niet zo goed tegen om in het centrum van de belangstelling te staan. Toch kan hij er nu niet meer onderuit. Dertien jaar lang runde Rinus de tuinwinkel en dan kun je natuurlijk niet zomaar en zonder applaus verdwijnen.

En applaus is er nadat voorzitter Wil Boonstra Rinus heeft geprezen voor zijn tomeloze inzet. Hoewel Rinus categorisch weigert om tijdens de Nieuwjaars borrel afscheid te komen nemen van de tuinders, belooft hij met zijn hand op het hart dat hij er zal zijn bij de algemene leden vergadering in april. En dat is hem geraden. Het bestuur zal de leden namelijk vragen om hem te benoemen tot erelid en wie kan daar nu tegen zijn. Voor wie Rinus nog niet de hand heeft geschud, kan dat dan alsnog doen. Komen dus!

Rinus heeft ons verwend Tot 1 januari was Rinus iedere dag in de tuinwinkel te vinden en hoewel de winkel officieel alleen op woensdagmiddag en zaterdagochtend open is, konden de tuinders er in werkelijkheid iedere dag terecht. ‘Je hebt ons verwend Rinus,’ aldus de voorzitter met een ‘big smile’ op zijn gezicht. Want zelf maakte hij ook graag gebruik van de verruimde openingstijden. ‘Rinus is ook sterk in het oplossen van problemen,’ voegt vrijwilliger Mieke eraan toe. Maar nu is dat voorbij. Peter de Bruin treedt in de voetsporen van Rinus en doet dat op zijn manier.

Achter het hek Ooit had Rinus zelf een tuin op Thurlede. Lees verder

Vogels op onze tuin

De boomkruiper is een klein bruin wit gevlekt vogeltje met een dunne, spitse, iets omlaag gebogen snavel.

Loopt als een muisje met rukkende bewegingen over de boomstam, maar kan alleen omhoog klimmen en niet omlaag zoals de boomklever.

De stijve staartpennen, die eindigen in twee punten, worden ook gebruikt bij het klimmen. De boomkruiper begint vaak aan de voet van de stam met voedsel  zoeken, gaat daarna spiraalsgewijs langs de stam omhoog, om daarna weer naar de voet van de volgende boom te vliegen. De zang is hoog en omhooggaand en wordt regelmatig herhaald.

Ze zijn te vinden in loofbossen, parken, tuinen, boomrijke  steden, liefst met oude bomen, soms ook op muren. Hun voedsel zoeken ze onder boomschors en bestaat o.a. uit spinnetjes, kevers, mieren, rupsen, motten en luizen. In de winter gaan ze over op o.a. dennen- en sparrenzaad. De boomkruiper maakt zijn nest onder losse boomschors of in boomspleten. Het vrouwtje broedt de zes of zeven eieren uit in ruim twee weken. Het mannetje helpt mee met voeren en na zeventien dagen vliegen de jongen uit. Soms volgt een tweede broedsel. Ze lokken op de voedertafel is geen optie. Je moet gewoon het geluk hebben dat je oog er opvalt en dat je dan in staat bent er een opname van te maken. Deze opname maakte ik in mijn volkstuin tijdens een pauze van mijn werkzaamheden. Ja gelukkig lag de camera in aanslag…

Ben van den Broek  http://benvandenbroek.blogspot.nl/

Natuurlijk Tuinieren: Kleine zoogdieren

Als uw tuin bereikbaar is voor kleine zoogdieren en voldoende voedsel en beschutting biedt, zullen zij vanzelf opduiken. Een dichte begroeiing met kruidachtige planten, struiken en stapels takken of boomstronken kunnen dienen als woonoord en schuilplaats.

De vleermuis jaagt  in de avond en nacht en vangt zijn prooi vliegend.  Hij eet insecten, die op die tijd actief zijn. Er schijnen op ons tuincomplex drie soorten voor te komen.. Zij hebben vooral de Poldervaart en de vijvers in het Beatrixpark als jachtgebied. In de winter zit er een kolonie van plm 300 vleermuizen op een landgoed in Overschie en houden daar hun winterslaap.

De egel eet onder andere slakken, rupsen en muizen. Het diertje komt meestal pas in het donker te voorschijn. Egels voelen zich thuis in het sprokkelhout of dicht kreupelhout. Ze houden hun winterslaap van november tot maart in hopen dorre bladeren. Laat daarom wat geschikt materiaal liggen op beschutte plekken in de tuin.

Mollen zijn nuttig. Ze ruimen veel schadelijke bodeminsecten op. Wormen, ritnaalden, engerlingen en emelten dienen hen tot voedsel. Dagelijks eet de mol 50 tot 100 gram insecten. Zijn graafwerk is schadelijk voor jonge planten en het gazon. Daarmee maakt hij geen vrienden onder onze tuinders.

Muizen zijn alleseters. In uw tuin zijn onder meer huismuizen,bosmuizen, veldmuizen en spitsmuizen te vinden.

De spitsmuis is te herkennen aan haar langgerekte spitse snuit. Ze eet elke dag haar eigen lichaamsgewicht aan insecten, larven en slakken.

Spitsmuizen eten geen planten en beschadigen niets door knagen. Ze zijn aan te trekken door takken en bladeren te laten liggen en door de aanwezigheid van hagen met kreupelhout.

Tot slot; landelijk neemt het aantal ratten schrikbarend toe. Ook op ons complex is dat waarneembaar.

Houdt u hier rekening mee als u onze gevleugelde vrienden bijvoert.Voer pas als het echt winter is, of als het sneeuwt. Probeer te vermijden, dat er voedsel op de bodem valt.

Het thema voor de volgende keer is milieuvriendelijke materialen in en op uw tuin en ons complex

Joop Peters